Terugblik Tentoonstelling ‘Voorschoten op de rails’, voorjaar 2022

Wat was er te zien? Fraaie modellen van treinen en trams in verschillende afmetingen. Allerlei voorwerpen die met trein en tram te maken hebben. Heel veel foto’s en historische krantenartikelen, en natuurlijk kwam de Blauwe Tram uitgebreid aan bod.

Een stukje geschiedenis:
De ‘Oude Lijn’ is de oudste spoorlijn van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij. De lijn verbindt de plaatsen Amsterdam en Rotterdam via Haarlem, Leiden, Delft en Den Haag.
In mei 1843 kreeg Voorschoten een station aan deze spoorlijn. In de eerste jaren betekende de spoorverbinding voor de ‘gewone’ inwoners van het dorp niet zoveel. Er stopten maar vier treinen per dag en een kaartje was alleen op zondag goedkoop. Maar reizen op deze dag was niet de gewoonte in het christelijk dorp. Bovendien lag het station een eind buiten de bebouwde kom. De bereikbaarheid verbeterde door de bestrating van de Wijngaardenlaan in 1874. Daarna raakte het spoor meer in gebruik, vooral bij ondernemers, bollenkwekers en leerlingen van de diverse onderwijsinstituten.

In november 1882 reed de eerste stoomtram door Voorschoten. De lijn vormde een openbare verbinding tussen Leiden en Den Haag. De route liep vanaf het Noordeinde in Leiden over de Leidseweg, langs de Zilverfabriek, door het dorp via de Agterwegh (de huidige Schoolstraat) en verder richting Den Haag. Met het oog op de veiligheid reed de tram door het dorpscentrum stapvoets.

Het duurde tot 1924 voordat in deze streek de eerste elektrische tram reed. De tramlijn werd als dubbelspoor aangelegd, waar mogelijk op een vrije baan. Voor de route Leiden-station via Lammenschans naar Voorschoten en Den Haag werden in 1926 nieuwe wagens aangeschaft in Boedapest. Deze hadden de karakteristieke grijze en blauwe kleur. Voor de passagier was ‘de Blauwe’ een veilig, snel en gezellig vervoermiddel. In het spitsuur was het eigenlijk niet nodig naar de dienstregeling te kijken, want er reden in beide richtingen iedere vijf minuten drie wagenstellen.
Tegen het einde van Wereldoorlog II reed de tram niet meer, maar al een maand na de bevrijding in 1945 kon men weer van de Blauwe Tram gebruik maken. In de jaren daarna, toen het treinstation gesloten was, was de tram het meest gebruikte vervoermiddel. Tegen het eind van de jaren ’50 kon de tram de concurrentie met de auto en de flexibele bus niet meer aan. Het doek viel op 9 november 1961.